Taal en gezondheid
Na de middelbare school studeerde ik filosofische en historische sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik rondde de studie in 1986 cum laude af met een doctoraal-scriptie over de opkomst van pragmatische ideeën over taal.
Aangezien ik altijd al droomde over het combineren van onderzoek en onderwijs op een natuurlijke manier, had ik tijdens mijn studie een didaktiekdiploma en een lesbevoegdheid in sociologie en economie behaald. Al vòòr mijn afstuderen ging ik in 1985 aan de slag als leraar maatschappijleer en economie op een middelbare detailhandel school. 
 
Hoewel ik met veel plezier les gaf aan deze jongeren, stond het leraarschap verder wetenschappelijk onderzoek uiteindelijk toch in de weg. In 1987 ben ik daarom begonnen als promovendus op het snijvlak van filosofie, sociologie, geschiedenis en gezondheid aan de Universiteit van Maastricht, een verhuizing van het hoge noorden naar het uiterste zuiden van ons land.
 
Ik maakte deel uit van de eerste generatie studenten die een intensieve PhD opleiding in wetenschap en technologie studies volgde. Een programma dat uitkristalliseerde in de Netherland Graduate Research School in Wetenschap, Technologie en Moderne Cultuur, thans WTMC), die nog steeds floreert en waar veel van mijn promovendi studeren.
 
Onderzoek en onderwijs
Vanaf het begin aan de Universiteit Maastricht heb ik mij bezig gehouden met lesgeven en met curriculumontwikkeling, waaronder een mastertraject in gender en gezondheid. Na twee jaar werd ik een assistent-professor en sindsdien ben ik onderwijs en onderzoek in een fifty-fifty verhouding blijven combineren. Het gevolg van deze beslisssing - gevoegd bij het starten een gezin - was dat mijn promotiewerk langer in beslag nam dan oorspronkelijk gepland: ik verdedigde het proefschrift in 1996.
 
In mijn proefschrift stond de introductie van het begrip 'gezondheidsrisico' in de moderne levensverzekeringen in de 19e en 20e eeuw centraal en de maatschappelijke vraagstukken die dit opriep. Sindsdien is mijn werk altijd op een of andere manier gerelateerd aan het omgaan met 'risico' in de moderne samenleving en de gezondheidszorg.
 
Lessen van ingenieurs
In 2001 werd ik benoemd tot Socrates hoogleraar Wijsbegeerte en Ethiek van Bio-engineering aan de Technische Universiteit Eindhoven, een bijzonder hoogleraarschap voor een dag per week. Ik ontwikkelde cursussen voor studenten in de biomedische technologie en technologiemanagement om hen te stimuleren na te denken over de filosofische en ethische kwesties in hun werk. Ook begeleidde ik er promotieonderzoeken over de betekenis van het lichaam bij tissue-engineering.
 
Ik genoot van de cultuur op deze technische universiteit en het werken met ingenieurs. Het stelde me bovendien in staat om 'techniek in de praktijk' te observeren. Het leerde me dat de sociale en gezondheidswetenschappen die proberen de zogenaamde 'harde wetenschappen' te kopiëren door te streven naar 'harde feiten' en 'technische oplossingen', meestal leiden tot verwaarlozing van de complexiteit die niet alleen 'het sociale' maar ook de technische wetenschappen eigen is.
 
In dezelde periode werd ik benoemd tot universitair hoofddocent aan de Universiteit Maastricht. Mijn onderzoek richtte zich met name op de invoering van de voorspellende geneeskunde en vooral genetische technologieën.
 
Terug naar de sociale
Na acht jaar keerde ik weer voltijds terug naar Maastricht. In 2009 werd ik benoemd tot hoogleraar Filosofie van Public Health aan de Universiteit Maastricht en daarmee verschoof de focus in mijn onderzoek van genetische technologieën naar de publieke gezondheidszorg, inclusief vraagstukken rond preventie van infectieziekten, gezondheidsbevordering, gezondheid op het werk, jeugdgezondheidszorg en publieke geestelijke volksgezondheid.
 
Een van de bijzondere aspecten van de publieke gezondheidszorg is dat ze - als veld dat gekenmerkt wordt door top-down besluitvorming en -uitvoering met een toenemend expertocratisch en technisch karakter - maatschappelijke vraagstukken van toenemend pluralisme en democratie adresseert. De volksgezondheid lijkt bang voor haar eigen object, het publiek. De kloof tussen hoog opgeleide 'gezondheidsofficials' en beleidsambtenaren en laag opgeleide burgers lijkt zich te verbreden en te verdiepen.
 
De gezondheidszorg gaat gebukt onder ''zij en wij'' kwesties.  In mijn oratie, in de pers en in vele lezingen in de maatschappelijke gezondheidszorg bepleit ik het mobiliseren van de kennis en waarden van mensen die dik zijn, die roken of andere dingen doen die als 'verkeerde keuzes' worden beschouwd, in plaats van dat we hen behandelen als 'object' van sturing en beheersing en als 'de ander' waarmee de gezondheidszorg zich niet wil identificeren. Alsof vette en rokende mensen niet bijdragen aan de samenleving.
 
Ondanks het feit dat er zich op dit moment een gevoel van burgerschap en participatie lijkt te ontwikkelen, vindt de gezondheidszorg het nog steeds lastig om te erkennen dat gezondheid een omstreden begrip is en dat we kunnen leren uit 'wedstrijden'. In Laarbeek en Peel en Maas bijvoorbeeld vinden interessante experimenten plaats met participatieve volksgezondheid. We volgen deze experimenten daarom gedurende een reeks van jaren.
 
Gelijktijdig met het bestuderen van diverse lokale experimenten werd ik ook betrokken bij de master Global Health, die in 2010 van start ging. Inderdaad is de vraag hoe het globale en het lokale, de verschillende kennispraktijken en de uiteenlopende sociale werelden in de volksgezondheid zijn verbonden van groot belang voor de mondiale bijdrage aan de preventie van infectieziekten, obesitas en andere grote vraagstukken.
 
Buitenuniversitair
Door de jaren heen ben ik actief geweest in diverse overleg- en bestuurlijke organen en organisaties. Ik ben lid van verschillende onderzoekscommissies van de Nederlandse Organisatie voor Gezondheidsonderzoek en Zorginnovatie (ZonMW) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
 
Verder ben ik lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van de "Public Health Status and Forecast Reports"  van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Van 2004 tot 2012 was ik lid van de Raad van Toezicht van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.