In delen van Maastrichtse wijken grijpen gevoelens van veiligheid en onveiligheid in de privésfeer en in sociale netwerken in elkaar. Zo zijn de buren die men vreest soms de buren die helpen of beschermen als de nood hoog is. Sjoerd Cratsborn, Mare Knibbe en Klasien Horstman, pleiten voor een duurzaam veiligheidsbeleid om de veiligheidsbeleving te verbeteren. De Tafel van 12 kan daarbij helpen.

In Secondant, online platform voor veiligheidsprofessionals, 1 mei 2015

logo platform



Foto: Inge van Mill In sommige wijken voelen mensen zich onveiliger dan in andere, bleek herhaaldelijk uit buurtpeilingen in Maastricht. De gemeente Maastricht, het Buurtplatform en de woningcorporaties, lieten daarom in 2013 nader onderzoek doen naar veiligheidsbeleving in een van die wijken: Mariaberg. 

Mariaberg heeft ongeveer 5000 inwoners en bestaat voor het grootste deel uit sociale huurwoningen. De wijk kent een hoge werkloosheid en redelijk veel mensen leven er in armoede en met schulden. De wijk bestaat uit 3 buurten: het dunbevolkte Trichterveld in het westen, het dichtbevolkte Blauwdorp in het oosten, en Proosdijveld in het midden.

Ervaringen  van veiligheid

In het onderzoek hebben we het begrip ‘sociale ecologie van veiligheid’ geïntroduceerd. Daarmee willen we begrijpen hoe de samenhang van fysieke, gebouwde omgeving en sociale processen, ervaringen van veiligheid en onveiligheid genereert.

Etnografische methode 

Om inzicht te krijgen in de veiligheidsbeleving van bewoners van Mariaberg, hebben we gekozen voor een etnografische benadering. De etnograaf van het onderzoeksteam, Sjoerd Cratsborn, heeft gedurende 15 maanden deelgenomen aan het sociale leven in de wijk (zie kader 1). Naast participerende observatie heeft hij interviews en focusgroepen gehouden met bewoners en professionals werkzaam in de wijk. De bevindingen werden tijdens het onderzoek besproken met opdrachtgevers en bewoners.

Bedreigingen van buiten

Een van de opvallende zaken in het onderzoek is dat veiligheid in 2 wijkdelen heel verschillend wordt beleefd. In het dunbevolkte Trichterveld voelen mensen zich vooral onveilig door bedreigingen van buitenaf. Voor bewoners zijn signalen van onveiligheid bijvoorbeeld:
  • hondenpoep;
  • potentieel dealende (hang)jongeren van buiten hun buurt;
  • slecht onderhouden tuinen van ‘nieuwkomers’.
Mensen vertellen over verminderde leefbaarheid door het verlies van kleine winkels in de buurt: “Vroeger kende je iedereen hier en sprak je elkaar aan.”     

In deze buurt zien we, zoals de stadssociologe Talja Blokland (Humboldt Universiteit, Berlijn) het omschreef, achteruitgang van publieke familiariteit. Mensen in dit buurtdeel hebben steeds minder korte contacten met andere buurtgebruikers. Daardoor weten ze niet meer goed wat ze van anderen kunnen verwachten. Vooral daardoor voelen ze zich steeds minder veilig.

Bedreigingen van buiten en binnen

In het zeer dichtbebouwde Blauwdorp voelen mensen zich in bepaalde delen niet alleen onveilig door bedreigingen van buiten. Ze voelen zich ook binnenshuis onveilig. De muren van de huizen zijn dun en voordeuren staan open.

Mensen spreken er over “gezelligheid” en dat men “voor elkaar zorgt”. Toch brengen de sterke cohesie en sociale controle niet alleen een gevoel van veiligheid met zich. Bewoners ervaren ook een gebrek aan individuele controle en onveiligheid. Buren die overdag en ’s avonds gezamenlijk op de stoep zitten, zeggen dat inbrekers hier niet durven te komen. In de buurt is het moeilijk om sociale netwerken te scheiden van criminele netwerken van drugsteelt, heling en doodsbedreiging. De buren waar men bang voor is, zijn ook de buren die helpen of beschermen als de nood hoog is. En wanneer politie of zorgorganisaties tekortschieten.

Verschraling van publieke plekken 

Het gebruik van de publieke ruimte is belangrijk voor de beleving van veiligheid. Het bleek ons dat de meeste bewoners in deze wijk vooral afhankelijk zijn van plekken binnen de wijk. Zij hebben weinig verbindingen met mensen en plekken in andere wijken van de stad. Door gebrek aan geld en contacten verlaten veel inwoners de wijk zelden. 

De archipel aan publieke plekken in de wijk is echter de laatste decennia sterk verschraald:
  • bedrijvigheid is verdwenen;
  • winkeltjes sluiten;
  • het schoolplein heeft hoge hekken;
  • het nieuwe buurthuis voelt niet als “van de buurt” vanwege de kantoorachtige uitstraling.
Elke publieke plek heeft zo haar eigen informele regels en haar eigen doelgroep en etiquette van gastvrijheid. Voor veel groepen is er geen publieke ontmoetingsplek. De lokale buurthuiskamer is veilig voor sommigen. Maar anderen willen daar niet gezien worden, omdat het een reputatie van zieligheid geeft. Sommige cafés zijn voor bepaalde bewoners veilig, omdat men er over illegale zaken kan spreken. Ze worden echter door anderen juist als onveilig ervaren en vermeden. Kortom, de beschikbare publieke plekken worden door verschillende bewoners verschillend ervaren. Ze dragen niet zonder meer bij aan ervaringen van veiligheid.

Professionals in een spagaat

In het onderzoek kwamen we veel professionals tegen in de wijk, zoals sociaal werkers, wijkagenten, woonconsulenten en wijkverpleegkundigen. Veel van hun werk is ook bedoeld om de veiligheid te vergroten, maar dat is niet gemakkelijk. Denk aan een professional die zich vooral ophoudt in het buurtcentrum, dat een deel van de bewoners als een onveilig “kantoor” ervaart. Deze neemt de symbolische betekenis van die plek als het ware mee in het werk. 

Veel professionals ervaren dat ze in “een spagaat” zitten. Ze moeten immers rekening houden met de onder- en de bovenwereld. En ze moeten zich bewijzen in de wijk, maar zich ook verantwoorden in hun eigen organisatie. Om te kunnen functioneren in de wijk, moeten professionals voor alles betrouwbaar en voorspelbaar zijn. Maar soms kunnen zij beloften niet waarmaken, omdat hun organisatie dat niet kan. Deze gebrekkige voorspelbaarheid vergroot de ervaringen van onveiligheid van bewoners.

Versterking sociale ecologie van veiligheid 

In deze etnografische studie hebben we zicht gekregen op de complexiteit en ambiguïteit van ervaringen van onveiligheid in deze wijk. Daarmee kunnen we aanbevelingen formuleren over hoe de sociale ecologie van veiligheid versterkt kan worden. 

Het viel op dat het ene wijkdeel het andere niet is en dat ervaringen van veiligheid en onveiligheid vaak samengaan in de privésfeer en in het sociale netwerk van mensen. Het is dus belangrijk om ervaringen van veiligheid en onveiligheid te ontvlechten. Daartoe is een duurzaam integraal veiligheidsbeleid nodig. 

Er dient te worden voorzien in een veiligere privésfeer door kwaliteitsverbetering van woningen en openbare ruimte. Door duurzame alternatieven te ontwikkelen voor criminele netwerken (zoals werk, opleiding, sociale contacten), kan er worden gewerkt aan het ontrafelen van boven- en onderwereld. Dat geldt ook voor meer verbindingen tussen wijk en stad, meer variatie in publieke plekken en een betere afstemming van professioneel werk. 

Mensen worden dan minder afhankelijk van een crimineel netwerk. Het is belangrijk dat een dergelijk integraal veiligheidsbeleid wordt ontwikkeld als coproductie van de buurt, gemeente en publieke en private organisaties. Dat betekent dat eigenaarschap van bewoners in de gehele breedte van de gemeenschap (van jong tot oud en van betrokken tot verscholen) een uitgangspunt moet zijn. Plannen en interventies die van buitenaf in de wijk gedropt worden, hebben weinig kans van slagen.

Tot besluit: Tafel van 12

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) gebruikt de Tafel van 12, een instrument voor beleidsmakers en uitvoerders om stapsgewijs tot actie(s) te komen om de veiligheidsbeleving in een buurt te verbeteren. Veel van onze bevindingen bevestigen het belang van de onderdelen van de tafel. Ons onderzoek werpt echter ook nieuw licht op sommige onderdelen, zoals de tafels ‘signaal criminaliteit’, ‘het gesprek’, ‘sociale kwaliteit’ en ‘vertrouwenwekkend toezicht’. In de verwevenheid van sociale en criminele netwerken (zoals bescherming tegen loverboys door crimineel-actieve buren en/of het tekortschieten van politie) zien wij dat deze onderdelen vaak een dubbele betekenis hebben, en tegelijkertijd zowel positief als negatief kunnen bijdragen aan de ervaren veiligheid. 

De Tafel van 12 beveelt de aanpak van ‘Informatie, Analyse en Actie’ (IAA-methode) aan. Het is wel zaak om deze niet al te rigide en lineair toe te passen, want anders kan de methode in dergelijke situaties wellicht zelfs de (ervaren) onveiligheid verhogen. Er zal in een integrale aanpak, als coproductie van bewoners, bestuurders en uitvoerders, voortdurend ontrafeld, betekenis gegeven en gewerkt moeten worden aan een veiligere sociale ecologie.

 

Sjoerd Cratsborn, Mare Knibbe en Klasien Horstman zijn werkzaam bij de Universiteit Maastricht. Het artikel is gebaseerd op het onderzoek Fragiel vertrouwen, gewaagde relaties: Een etnografisch onderzoek naar ervaringen van veiligheid.