Interview gepubliceerd in Huisarts & Wetenschap, door Sjoerd Hobma, 14 januari 2019

Zijn preventie en wijkzorg taken voor de huisarts? En zo ja, hoe moeten we dat doen? Huisarts en redactielid Sjoerd Hobma sprak hierover met Klasien Horstman, hoogleraar Filosofie van de Publieke Gezondheidszorg. “Met de kennis uit de praktijk hebben huisartsen goud in handen, waar veel meer mee gedaan kan worden als ze hun verhaal daarover kwijt kunnen aan andere professionals. En als ze oppassen dat de relatie met de patiënt goed blijft.”

Jullie voeren als huisartsen discussies die je voortdurend ziet terugkomen in de zorg. Voor mijn promotie nam ik de eerste zestig jaargangen van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde door. Toen ging het ook telkens over de interactie tussen de maatschappij en artsen en het streven naar professionele onafhankelijkheid. Ik keek bijvoorbeeld naar verzekeringsartsen voor de Tweede Wereldoorlog. Bij de keuringen voor levensverzekeringen keken steeds meer anderen over hun schouders mee. Ze kregen instructies voor het medisch onderzoek en de urine-analyse, standaardformulieren en er werd nauwkeurig gekeken of ze die wel op de juiste manier invulden. Alles wat je nu ziet in standaardisering en protocollering, dat gebeurde toen ook.

U bent hoogleraar Filosofie van Public Health, maar wat is dat en wat zie ik daarvan in Nederland?

Public Health zie ik als de low tech preventieve gezondheidszorg, dus niet klinisch en curatief georiënteerd. Het is niet in de spreekkamer en niet individueel maar het raakt aan wat voor iedereen belangrijk is. Vaccinatieprogramma’s bijvoorbeeld, of de Gezonde Wijk. Waar mijn gezondheid afhankelijk is van die van jou.

De vaccinaties ken ik, maar de rest is toch vooral een papieren werkelijkheid waar ik als huisarts weinig van merk.

Ik vind dat in de huidige publieke gezondheidszorg dat publieke karakter een beetje verdwenen is. Er zijn allerlei mensen met preventie bezig en die ontwikkelen wel van alles, zoals nu het Preventieakkoord, maar dat is eigenlijk een particulier en geen publiek akkoord. Het gaat vooral over maatregelen voor specifieke ‘risicogroepen’. Die boodschap van niet roken, minder drinken, anders eten en meer bewegen, dat is de boodschap geworden van een bepaalde groep mensen die allemaal hoog opgeleid en slank zijn. Die zelf wellicht te hard werken, maar dat is geen speerpunt, en intussen zijn ze het contact verloren met een ander deel van de maatschappij.

Vroeger kwam voor de geboorte van een kind de kraamzorg bij je langs kwam om te vertellen hoeveel hemdjes en luiertjes je moest klaarleggen. Dat kon toen, er was er een gedeelde moraal tussen publiek en de preventieve zorg, binnen zuilen weliswaar, maar daarin deelden ‘hoog’ en ‘laag’ eenzelfde perspectief. Ze zaten in dezelfde kerk. Dat is nu weg. En de publieke gezondheidszorg, die er bij uitstek is voor ‘het publieke’, is een groot deel van haar publiek verloren. Vooral het deel waar ze de meeste boodschappen voor heeft. Dat komt omdat ze heel technocratisch geworden is, en sterk verstatelijkt. Eigenlijk weinig professioneel. Ze volgt het beleid van de minister. En omdat die graag cijfers ziet, is de publieke gezondheidszorg sterk geëpidemiologiseerd. Door dat cijfermatige denken is ze de leefwereld van mensen waar ze over spreekt uit het oog verloren. Ze ontbeert een antropologie van gezondheid en sociologisch conceptueel repertoire om de vele cijfers te interpreteren.

Laten we stoppen met het concept ‘interventie’, dat woord betekent ‘vijandige overname’ en dat is het vaak ook

Speelt daarnaast de individualisering en de veel grotere nadruk op persoonlijke autonomie niet ook een belangrijke rol?

Zeker. Mensen laten zich niet zeggen hoe ze moeten leven. Maar het feit dat de publieke gezondheidszorg nog steeds het gevoel heeft dat je een preventieakkoord kunt maken zonder te spreken met de mensen over wie het gaat en die je eigenlijk helemaal niet kent, daar kan ik met mijn verstand niet bij. Natuurlijk moet er minder suiker in die frisdrank en een rookverbod in publieke ruimte, maar dat gemoraliseer, hou daar mee op! Een mens is meer dan zijn gewicht of elke avond een biertje.

Hoe zou het beter kunnen?

Laten we beginnen te erkennen dat we niet weten hoe het allemaal precies moet. En stoppen met het concept van een ‘interventie’, dat woord betekent ‘vijandige overname’ en dat is het vaak ook. Die moeten allemaal snel effectief zijn, magic bullets, terwijl iedereen weet dat context, ook een lastig woord, alles uitmaakt. Veel professionele praktijken gaan stuk door maakbaarheidsillusies, maar we evalueren alleen op doelen en niet op onbedoelde gevolgen, dus we zien niet hoe schadelijk die maakbaarheidsillusies zijn. Veranderen is lastig. Je wilt ergens mee stoppen, maar dat blijkt toch ingewikkeld. Je kunt het, je wilt het, maar je doet het toch niet: dat is de titel van een mooi boekje van de filosoof Van Gunsteren over de complexiteit van veranderen. We moeten een agenda maken van kennis die nodig is om een gezonde maatschappij te maken, dat is iets anders dan een databank met x effectieve interventies voor het individuele gedrag van een risicogroep. We hebben kennis van de alledaagse leefwereld nodig, een antropologie van het dagelijks leven. En kennis van de manier waarop instituties de krachtbronnen van het alledaagse leven in de weg zitten en beschadigen.

Nu naar de huisartsen. Wij gaan als beroepsgroep steeds de kant op die jij beschrijft. Vroeger ging ons vak over individuen met een hulpvraag. Maar inmiddels hebben we allerlei standaardprogramma’s, bijvoorbeeld voor diabetes en hart- en vaatziekten. En we praten zelfs over het aanpakken van groepen zoals de wijk, als onderdeel van ons vak.

Op zich is het niet slecht dat huisartsen zich bezighouden met preventie, maar het moet hun relatie met patiënten niet in de weg gaan zitten. Het lijkt me niet goed als die preventieprogramma’s te grote ambities in te korte tijd moeten realiseren. Als je mensen door hoepels laat springen, dan haken ze af. Wat je nodig heb is tijd en ruimte om met mensen mee te bewegen, en er moet ook bewegingsruimte zijn voor de professional. Als je druk zet op preventie en het standaardiseert dan lijkt het succesvol, maakbaar en meetbaar, maar ik geloof er helemaal niet in. In die aanpak zit de mislukking eigenlijk al ingebakken.

Vind je dat je die programma’s moet individualiseren?

Nee, juist niet. We weten dat het succes van preventie en behandeling van bijvoorbeeld infectieziekten en van diabetes, twee heel verschillende dingen, sterk samenhangen met de kracht van het netwerk dat iemand heeft. Geïsoleerde mensen zijn kwetsbare mensen. Hoe sterker je netwerk, hoe beter je in staat bent om ziekten te voorkomen en te behandelen. Het versterken van sociale weefsels en het creëren van plekken waar die kunnen ontstaan, daar kun je iets mee doen. Dus het gaat niet om tien keer trainen, maar elkaar ontmoeten in een omgeving die daarbij past. De publieke gezondheidzorg moet zich om de kwaliteit van de publieke ruimte bekommeren. Dat arm en rijk, dik en dun, academisch en praktisch geschoold, elkaar nergens meer tegenkomen, dat is het probleem.

Het idee van een wijkgerichte aanpak ondersteun je dus?

Het lastige van een wijk is dat, als je goed kijkt, de wijk geen sociale eenheid is. Er wordt vaak een administratieve grens genomen. Maar je moet kijken hoe de sociale stromen lopen, dan blijft er van die wijken niet zoveel over. De ene straat is de andere niet.

Zie jij een rol voor huisartsen daarin?

Ja. Want huisartsen hebben heel veel kennis van ‘gezondheid in de praktijk’ die veel andere professionals niet hebben. Die etnografische kennis zou veel meer gearticuleerd moeten worden. Het gaat dan niet om cijfers, maar het gaat om het verhaal van mensen en hun geworstel met gezondheid en ziekte in het alledaagse leven door de jaren heen. Huisartsen hebben goud in handen denk ik, daar zit zoveel kennis die we zouden kunnen gebruiken, en dat gebeurt nu niet. Dat is zonde.

Dat lijkt me ook een goed idee, maar verwacht je dat mensen daar geïnteresseerd naar zullen luisteren? Mijn ervaring is dat beleidsmakers daar niet op zitten te wachten.

Het gaat nu vaak om snel succes in de frontoffice, zichtbaar in cijfers, en daarmee creëren we een schijnwereld. In veel instituties is de voeling met de praktijk en met het besef van tijd volledig verdwenen. Daarom mislukken ook bijvoorbeeld ICT-projecten. Het lijkt ideaal op papier, maar de werkelijkheid blijkt telkens weerbarstig. Dat we dat niet begrijpen, is het gevolg van een eenzijdige kwantitatieve kenniscultuur. Het is een Cartesiaanse illusie: als het cijfermatige model maar op orde is, dan voegen praktijken zich wel. Het is beter als we het omdraaien en kijken wat burgers en professionals in alledaagse praktijken. nodig hebben. Vooral mensen die graag aan het stuur zitten vinden dat lastig omdat ze zich dan in ‘de ander’ moeten verdiepen.

Ik heb juist het idee dat de professionele ruimte bewust steeds meer wordt ingeperkt ten koste van geprotocolleerde ruimte en dat er weinig urgentie wordt gevoeld dat het anders zou moeten.

Dat is dan een slechte zaak want het roept wantrouwen op en boosheid. Patiënten willen geen robot, maar een huisarts van vlees en bloed, daar kun je namelijk iets mee. Als jij je patiënten door hoepeltjes laat springen, omdat je zelf ook door hoepeltjes moet springen van de verzekeraar of de overheid, dan is dat een soort deskilling van huisartsen. Datgene waar je goed in bent, verlies je.

Terug naar de toekomst van de huisartsen. Wat vind jij ervan dat zaken zoals preventie, de zorg voor de wijk et cetera, steeds meer door huisartsen naar zich toe worden getrokken?

Tja, die huisarts is een belangrijk iemand voor veel mensen, iemand die ze kennen, dus je kunt daar wel wat mee doen. Maar ik zie het zeker niet als een kerntaak. Die zie ik veel meer in de directe medische zorg. Mensen met complexe klachten zien diverse specialisten in het ziekenhuis, maar raken, alle casemanagers ten spijt, het spoor bijster in de huidige zorg. De huisarts heeft hier volgens mij een cruciale taak en daar moeten jullie ook veel meer ruimte claimen. Er moet veel meer met die patiënt worden meegedacht. Er wordt vaak slecht gecommuniceerd tussen specialisten en huisartsen, en jullie krijgen vaak te weinig informatie om die rol goed te kunnen vervullen.

Variatie toestaan en organiseren is een cruciale leerstrategie in een onzekere wereld

Het past in ons idee van integrale zorg dat je bij de huisarts overal mee kunt aankloppen en we zien het allemaal ook nog in zijn verband. Is dat idee van integrale zorg geen illusie, een belofte die ook niet is waar te maken?

Ik denk dat het goed is dat je iemand hebt die je vertrouwt en met wie je belangrijke zaken kunt bespreken. Die langskomt als je ernstig ziek bent, en die door blijft zoeken als specialisten hun werk hebben gedaan en niet kunnen helpen. Die soms initiatief neemt als een patiënt of de familie dat niet kan. Ook de huisarts kan niet alle problemen oplossen maar ik geloof wel in een proactieve en helpende integrale huisartsenzorg.

Het helpen van mensen is lastig geworden omdat we allerlei rare opvattingen hebben over ‘helpen’ en ‘autonomie’. Je mag mensen niet meer helpen op een ouderwetse paternalistische manier. Dat is goed, want mensen geven zelf betekenis aan hun lichaam en leven en moeten gehoord en gezien worden. Maar als de communicatie begint met ‘wat is uw hulpvraag’ dan lijkt me dat het begin van het einde van de huisartsenzorg. Als we een generatie huisartsen opleiden die alleen maar volgens protocollen en richtlijnen kunnen handelen, wordt de patiënt steeds minder gezien. Dan verliest ook de huisartsen de band met haar ‘publiek’. Er zijn in het leven geen perfecte routes. Je wilt dat het grosso modo goed gaat en in verschillende situaties zijn verschillende dingen goed. Denken in termen van één norm en één standaard is een schraal en ook pervers ideaal. Goed is een gesitueerde, contextuele norm. Variatie toestaan en organiseren is een cruciale leerstrategie in een onzekere wereld, en streven naar standaardisatie is daarom een enorme verarming van ons leervermogen op de langere termijn.

Interview gepubliceerd in Huisarts & Wetenschap, door Sjoerd Hobma, 14 januari 2019

Nederland heeft een hoge vaccinatiegraad, maar er zijn internationaal veel discussies over vaccineren. Hoe om te gaan met de toenemende aarzelingen bij vaccinatie? Als lid van de commissie Vaccinatiebereidheid schreef ik mee aan het RIVM-rapport "In gesprek over vaccineren". In het rapport wordt gepleit voor een meer dialogische benadering van vaccinatie. 

"Onderzoek naar effecten van interventies om de vaccinatiebereidheid te vergroten, geeft geen eenduidig beeld, is disciplinair eenzijdig en doet geen recht aan de complexiteit van het vraagstuk.

Om de wijze waarop burgers omgaan met vaccinatie te kunnen begrijpen en een adequate strategie te kunnen ontwerpen om ook in de toekomst de vaccinatiegraad op peil te houden, is een perspectiefwisseling nodig. In plaats van een eenzijdige, aanbod-gestuurde benadering van de informatie is een interactieve benadering op basis van multidisciplinaire kennis onontbeerlijk. Daarbij komt dat de nadruk van die huidige informatie veelal gebaseerd is op biomedische kennis over vaccinatie en collectieve immuniteit.

Wij stellen een omdraaiing van het perspectief voor, waardoor men inzicht krijgt in de eigenheid, de idiosyncrasie van burgers en hun sociale omgeving en deze burgers ook direct betrekt bij het vaccinatieprogramma. Zo’n benadering is niet defensief maar proactief. "

Het rapport is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/01/in-gesprek-over-vaccineren

 
In oktober 2017 begon de Universiteit met de Buurt in Maastricht Noord West. Tijdens het filosofisch café en de Manjefiek colleges gaan onderzoekers van de universiteit in gesprek met bezoekers over thema’s die te maken hebben met gezondheid en welzijn. De laatste bijeenkomst van dit seizoen stond in het teken van infectieziekten.
 
De opkomst op 20 juni in Centre Manjefiek is wat lager dan bij eerdere Manjefiek colleges, die gingen over yoga, Alzheimer, bewegen & artrose en gezond eten. De meest waarschijnlijke reden: het WK voetbal en het mooie weer. Maar de bezoekers die wel zijn gekomen, hebben er zin in. Nog voordat de eerste spreker begint, haalt een meneer al een petje tevoorschijn. Bedoeld voor het vaste onderdeel ‘petje op, petje af’, waarbij de kennis over het onderwerp wordt getest. Lang voor de laatste vraag is er nog maar één deelnemer over. Maar goed dus dat Nicole Dukers, Genevieve van Liere en Maria Mergelsberg van de GGD er zijn om de kennis over infectieziekten wat bij te spijkeren. Zo vertelt hoofddocent UM en coördinator unit onderzoek van de GGD Nicole Dukers dat je van 99,5% van de bacteriën in je lichaam niet ziek wordt. En zelfs al ben je besmet met een ziekteverwekker, dan nog hoef je daar niet altijd iets van te merken.
 
Onderzoeker Genevieve van Liere en sociaal verpleegkundige Maria Mergelsberg gaan uitgebreid in op de seksuele gezondheid van jongeren in Limburg. Vergeleken met de rest van het land scoort onze provincie op dat gebied slecht. Daarom is bijvoorbeeld het programma Sekswijzer ontwikkeld, dat leraren traint om goede voorlichting te geven. Ook is er in Zuid-Limburg een aantal SOA-poli’s, waar jongeren onder de 25, sekswerkers en mannen die seks hebben met mannen zich gratis en anoniem kunnen laten testen. Alleen al in Maastricht komen jaarlijks ongeveer 3000 mensen naar de poli, onder wie veel studenten.
 
 

Doelstellingen van het onderzoek

  1. inzicht geven in de sociale dynamiek van nieuwe zorgzame participatiepraktijken.
  2. bijdragen aan gezamenlijke leerprocessen hierover
  3. ingrediënten aanreiken voor ontwikkeling van een verantwoordingscultuur die past bij het karakter van zorgzame participatie praktijken en een beleidsinstrument voor “vertrouwen en afstemming’’.

Vraagstelling: hoe geven Sif-initiatieven invulling aan het streven naar een zorgzame participatiesamenleving? Centrale thema’s Wat is de waarde van de initiatieven volgens betrokkenen, hoe is de balans tussen professioneel & vrijwillig werk, hoe is de omgang met diversiteit, hoe vindt publiek/private samenwerking plaats, en welke vragen doen zich voor bij de publiek verantwoording over kwaliteit & geld.

Het Sociaal investeringsfonds (Sif) van de gemeente Maastricht is opgezet om de verschuiving van specialistische individuele zorgvoorzieningen naar meer algemene voorzieningen en burgerinitiatieven te bevorderen (Programmabegroting 2016). Het idee daarbij is dat algemene voorzien ingen participatie bevorderen en preventief werken waardoor het beroep op duurdere specialistische voorzieningen afneemt. Dit onderzoek gaat over vier initiatieven die mede gefinancierd worden door het Sif. Hoewel open voor iedereen, hebben ze een bijzondere functie voor mensen met een beperking die moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. We hebben deze verschillende initiatieven ‘zorgzame participatiepraktijken’ genoemd.

Inclusief plaatsmaken

Kenmerkend voor de vier initiatieven is dat ze draaien om mensen als unieke personen met unieke geschiedenissen. Ze zijn echter ook als plek belangrijk. Sociale wetenschappers zien plaatsen in een stad als belangrijke sociale spelers in het stadsleven (Gieryn 2000). De situering, fysieke inrichting, de symbolische betekenissen en de verhalen rond een plek kunnen bijvoorbeeld wij-zij gevoelens versterken of juist verminderen. Plaatsen nodigen uit tot bepaalde gedragingen, bewegingen en contacten of maken die juist onmogelijk. Plaatsen zijn geen natuurlijk gegeven, plaatsen worden gemaakt. Ze worden echter niet op de tekentafel gemaakt: assumpties van plannenmakers komen in de praktijk vaak niet uit. Bovendien gaat plaatsmaken in de praktijk samen met botsingen van kennis, waarden en emoties tussen diverse mogelijke gebruikers en symbolische strijd over eigenaarschap. We onderzoeken de Sif-initiatieven als initiatieven waarbij ‘inclusief plaatsmaken’ centraal staat. Er wordt letterlijk en figuurlijk plaatsgemaakt zodat mensen met diverse capaciteiten en beperkingen mee kunnen doen en ook zelf mee plaatsmaken voor anderen. We bespreken bij elk van de initiatieven hoe deze specifieke plek inclusief wordt gemaakt.

Transformatietalen

De opkomst van de participatiesamenleving heeft nieuwe woorden en uitdrukkingen aan ons vocabulaire toegevoegd zoals ‘kantelingscirkels of ‘samenredzaamheid’. Er is een beleidstaal over participatie, maar ook een professionele taal en burgers introduceren hun eigen uitdrukkingen. In de pragmatische taalfilosofie is er op gewezen dat taal onze werkelijkheid construeert: taal classificeert, deelt in, ordent en onderscheidt (Hacking 1999). Dat is eigen aan taal en dus onvermijdelijk. Door middel van taal worden problemen groter of kleiner gemaakt en worden bepaalde oplossingsroutes geconstrueerd. Termen zoals “zorgbehoefte’’ of ‘kanteling’ zijn niet een neutrale beschrijving van de stand van zaken, maar zijn moreel geladen en geven impliciet een handelingsrichting aan. In de analyse besteden we systematisch aandacht aan de talen rond deze initiatieven, omdat ze iets vertellen over nieuwe beelden en idealen over zorg en participatie. Een begrip als ‘anders ontwikkelden’ drukt verzet uit tegen de standaardmens en drukt uit dat vele levenspaden mogelijk zijn. De notie vrijwilliger verwijst niet alleen meer naar iemand die helpt, maar ook naar iemand die hulp vraagt. Taal is als het ware een thermometer van de participatiemaatschappij in actie.

Take a look at the factsheet.

 

 

 

 

Op 11 oktober startte de Universiteit met de Buurt in Maastricht Noord West. Universiteit en burgers delen hun ervaringen over gezondheid, welzijn en veerkracht en leren zo van elkaar.

Wat betekent gezondheid? Waarom is gezond leven soms zo’n worsteling? Is stadgroen goed voor ons? Hebben gezondheid en armoede iets met elkaar te maken? 

 

 

Colombia2017 2

Colombia2017 1

Nuffic Grant for Klasien Horstman & Marten de Vries


After 50 years of civil war resulting in 6,5 million of internally displaced persons, Colombia is currently on the world stage with its process of peace building and reconciliation.

Over a long period, numerous people were traumatically affected by violence and the destruction of their communities, rendering this is a complex and difficult task. Both, victims and perpetrators today grapple with new identities and possibilities, while old wounds remain unhealed.

Following on the insights of participative research into the use of media for improving public mental health in disadvantaged neighbourhoods in Maastricht (financed by ZonMw and the City of Maastricht) and building on the strong history of Columbian community media, Prof. Klasien Horstman and Em. Prof. Marten de Vries together with the MVI and in collaboration with colleagues of Javariana University, Bogota, developed an interactive media and public mental health training programme.

The programme will be attended by a diverse group of participants from government officials and health workers, to university public health staff to community leaders. The first part is conceptual and practical and will be anchored in mutual learning aimed at co-creating the appropriate level of intervention for capacity building and the required local media strategies to promote health, reconciliation and social resilience.

A second part will be a practicum in the field including FARC, urban and semi-literate, rural communities each afflicted by the war in unique ways. Our aim is to collaboratively contribute to Columbia’s journey toward sustainable communication for peace, health and reconciliation.

caphri logo sm

 

This paper examines a remarkable lawsuit in health care rationing. The Patients Association for Interstitial Cystitis sued the Dutch National Health Care Institute for alleged misconduct against Interstitial Cystitis patients, as the Institute decided that bladder instillations with chondroitin sulphate or hyaluronic acid are no longer covered by the basic health insurance.

The patients’ organisation challenged the Institute for basing its standpoint on scientific evidence; overruling clinical expertise and patients’ experiences. While scientific advice is often solicited in public health issues, simultaneously, the authority of scientific advice is increasingly being questioned in the public domain.

Also, the judiciary is frequently called upon to adjudicate in rationing decisions. Based on an ethnographic study of the National Health Care Institute, drawing on insights from the field of Science and Technology Studies, we analyse this lawsuit as a negotiation of what knowledge counts in reimbursement decisions.

Bron en het hele artikel als PDF

Terwijl het nog niet zo lang geleden is dat patiënten alleen als lichamen werden gezien, is het adagium van de hedendaagse gezondheidszorg ‘heel de mens’. Wat dat precies betekent is echter zo helder niet. Communiceren, aandacht geven, luisteren. Dat is allemaal belangrijk (beetje aandacht voor de dokter doet wonderen!), maar er is geen recept voor hoe je dat goed doet.

"Filmpersonage Bianca houdt haar buren geestelijk fit

In buurten met een lage sociaaleconomische status hebben mensen meer kans op psychische problemen. Maar de geestelijke gezondheidszorg kan hen moeilijk bereiken. Een tv-serie waaraan buurtbewoners meewerken brengt daarin verandering.

Bianca is eigenaresse van een fitnesscentrum in Maastricht. Tussen de zweetdruppels door ziet en hoort zij de (sociale) problemen waarmee haar buurtgenoten kampen. Koopverslaving, angst, financiële problemen, werkloosheid, wantrouwen jegens de overheid, enzovoorts. Bianca praat met de mensen. Ze geeft geen kant-en-klare oplossingen, maar noemt de dingen bij hun naam. Dat het niet alleen aan ‘de anderen’ ligt maar dat mensen ook zelf iets aan hun problemen kunnen doen. Dit zet de buurtbewoners aan tot nadenken; ze worden weerbaarder en gaan zelf op zoek naar een oplossing. "

Lees het hele artikel van Marten Dooper op Mediator 18
De foto is een still uit film Bianca in de Buurt

Implementeren is in de mode. Beleid, evidence-based richtlijnen, innovaties – alles moet geïmplementeerd. Waar geïmplementeerd moet worden, moet altijd iets veranderen, en het is de missie van de implementatie wetenschappen om systematisch te implementeren en om te leren van evaluaties van systematisch opgezette implementatie trajecten.

Interview in het ZonMw-signalement 'Zingeving in zorg: De mens centraal' (maart 2016). 

ZonMwMensCentraal

Indrukwekkende winterschool in Odessa. Je ziet het er aan af op deze foto's. Kijk ook es op de Facebook-pagina.

oekraine5

Inge Lecluijze heeft de Diana Forsythe Award 2015 gewonnen! 

2f8dd7cUit het persbericht van UM: "De American Medical Informatics Association (AMIA) heeft de Diana Forsythe Award 2015 toegekend aan dr. Inge Lecluijze. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een publicatie die het beste aansluit op het werk van antropologe Diana Forsythe, op het snijvlak van informatica en sociale wetenschappen. De award bestaat uit een geldbedrag en een plaquette.

BiancaDe publieke gezondheidszorg worstelt met de zogenaamde ‘moeilijk bereikbare groepen’, mensen die laag zijn opgeleid, onze taal niet goed spreken en onze culturele idealen over gezondheid niet meteen delen.  Hoe om te gaan met ‘moeilijk bereikbare groepen’?  Daarvoor hebben we de Bianca Methode ontwikkeld. De naam is ontleend aan een mixed mediaproject in Maastricht, waarin alledaagse bronnen van stress en onzekerheid het uitgangspunt zijn voor korte filmpjes die samen een miniserie vormen. 

Binnenkort start onder mijn leiding een consortium van universiteiten uit Bulgarije, Polen, Rusdland en Oekraïne een meerjarig ERASMUS+ project onder de titel: Bridging Innovations, Health and Societies: Educational capacity building in the Eastern European Neighbouring Areas (BIHSENA).

Het project gaat het grote gebrek aan onderwijsmogelijkheden te lijf op het interdisciplinaire gebied van gezondheid, innovatie en maatsschappij in Rusland en Oekraïne. Verder wil het de kloof overbruggen tussen  (bio)medische en sociale wetenschappers, academici en andere betrokkenen uit deze twee landen en tussen locale en internationale communities.

Te gast in het programma Avondgasten van Limburg 1

"Een op drie medisch specialisten wil behandeling weigeren aan mensen met een ongezonde leefstijl. Dat blijkt uit een enquête van het programma Brandpunt. Bepaalde voorzorgsmaatregelen, zoals stoppen met roken, kunnen bijvoorbeeld de kans op complicaties bij een operatie verminderen. Maar je sluit een grote groep mensen uit. Dat is ethisch moeilijk te rijmen. Iedereen heeft recht op gezondheidszorg. We praten erover met hoogleraar filosofie publieke gezondheidszorg Klasien Horstman verbonden aan de Universiteit Maastricht."

"This conference explored modes of togetherness in innovating in medicine and health. We talked about collaborations between disciplines and fields, analyse ways in which innovations and settings work or fail to work together, and investigated the intertwinements of technologies and politics.

De nieuwe democratie: van stemmen naar spreken? Onder die titel organiseerden de M200 en debatcentrum Sphinx op 4 juni een gesprek met Job Cohen en Maastrichtse burgers." De discussie werd in goede banen geleid door Simone van Trier.

"Volgens velen lijdt onze democratie aan vermoeidheid. We gaan minder naar de stembus, en klagen over 'de politiek'. Er zijn veel initiatieven om de participatie van burgers - alle burgers - te stimuleren, maar dat levert soms eerder een 'diploma-democratie' op dan een participatiesamenleving: vooral hoog opgeleide mensen doen van zich spreken. Hoe kan er een 'nieuwe democratie' ontstaan waarin iedereen meespreekt?

In delen van Maastrichtse wijken grijpen gevoelens van veiligheid en onveiligheid in de privésfeer en in sociale netwerken in elkaar. Zo zijn de buren die men vreest soms de buren die helpen of beschermen als de nood hoog is. Sjoerd Cratsborn, Mare Knibbe en Klasien Horstman, pleiten voor een duurzaam veiligheidsbeleid om de veiligheidsbeleving te verbeteren. De Tafel van 12 kan daarbij helpen.

In Secondant, online platform voor veiligheidsprofessionals, 1 mei 2015

logo platform

in: Suiker in perspectief, editie 31, maart 2015 (Kenniscentrum suiker en voeding)

Suiker2015-04-02 17h34 18

Op dinsdag 10 februari vond er overleg plaats tussen een aantal burgers van de M200 en de gemeenteraad. Belangrijkste onderwerpen waren de resultaten van de burgertop en de loting als een manier om een gevarieerde groep burgers aan het woord te laten over een onderwerp dat leeft in de stad.

Speciale aandacht was er voor de 81-jarige meneer Kleuters, die aan de top had meegedaan en vertelde over zijn ervaring.

Vanuit de woordvoerders van de fracties kwamen veel positieve reacties op deze burgertop. De fracties namen verder de "M200-glossy" in ontvangst, het verslag van de eerste burgertop in november. We zien uit naar een tweede gesprek over deze top en over democratische vernieuwing.

Het boekje is ook hier te downloaden.

Glossy200

M200vervolgSneeuw en gladde wegen trotserend, kwam een deel van het burgerpanel vanochtend in 6211Kunstkwartier bijeen om de laatste hand te leggen aan het boekje over de M200 burgertop.

Ook voorbereidingen getroffen voor een gesprek over de Burgertop met de gemeenteraad. En het idee besproken om de M200 als een platform voor democratische vernieuwing te organiseren.

Een vruchtbare ochtend!

FragielvertrouwenEind 2012 heeft de kerngroep-Mariaberg, bestaande uit gemeente Maastricht, de woningcorporaties Maasvallei, Servatius en Woonpunt, en het Buurtplatform Mariaberg de opdracht gegeven onderzoek te doen naar veiligheidsbeleving in de wijk Mariaberg. Uit buurtpeilingen blijkt dat mensen uit de wijk Mariaberg al jaren systematisch meer onveiligheidsgevoelens rapporteren dan gemiddeld in Maastricht (Gemeente Maastricht, 2009; 2011).

Wethouder Jack Gerarts en het M200-team waren op 22 september te zien in het nieuws van RTV Maastricht. 

aig"Wat ik dacht van ‘nuchter omgaan met gezondheid’, zo was de vraag in een debat in Utrecht in het kader van Alles is Gezondheid…. Over het antwoord hoefde ik niet lang na te denken.

Alles mag gezondheid zijn, maar voor alles gaat gezondheid over mensen van vlees en bloed, die ergens zijn opgegroeid, smaak, gewoonten, affiniteiten en capaciteiten hebben ontwikkeld, en er het beste van proberen te maken. Met andere woorden, nuchter of verstandig betekent voor mij dat het leven voor de leer gaat.

In gezondheidsland kom ik veel mensen tegen die dat anders zien. Zij vinden dat een nuchtere omgang met gezondheid impliceert dat wetenschappelijke kennis over voeding, bewegen en alcohol - modellen, theorieën en feiten vertaald in standaarden, hapklare adviezen en logo’s - richting moet geven aan het dagelijks leven. Zij presenteren de taal van het laboratorium als nuchter en ze vinden dat leven in het wild door die taal getemd moet worden. Calorietabellen moeten smaak en verlangens disciplineren. Zo bezien levert een nuchtere omgang met gezondheid vooral een verschraald leven op. En daarbij wordt steeds maar over het hoofd gezien dat de tabellen en standaarden bij voortduring veranderen, want dat is inherent aan goed laboratoriumwerk.

Een pleidooi voor ‘een nuchtere omgang’ met gezondheid is echter om ook andere redenen venijnig."  Lees het vervolg op allesisgezondheid.nl

GidsKlein"De vraag of ons leven beter wordt door de introductie van nieuwe technieken klinkt de laatste tijd vaker dan ooit. Hoewel beleidsmakers een begrip als innovatie vrijwel uitsluitend positief gebruiken, worden in het publieke debat vraagtekens gezet bij drones, Google-brillen en DNA-chips.

In discussies over de vraag hoe dergelijke nieuwe technieken ons leven beïnvloeden, staan optimisten en pessimisten doorgaans tegenover elkaar. De eersten zien nieuwe technieken als middelen om problemen beter te beheersen en dus als een verbetering van ons leven. De laatsten wijzen erop dat nieuwe technieken niet zelden resulteren in minder vrijheid en dus een bedreiging vormen voor ons als mens. Maar de wereld is natuurlijk complexer dan deze tegenstelling veronderstelt.

Filosofen en sociale wetenschappers hebben de laatste decennia interessante pogingen gedaan om vragen over de betekenis van nieuwe technieken uit dit zwart-witschema te halen en om nieuwe denkstijlen te ontwikkelen over de relatie tussen mens en techniek."

Boekbespreking:

  • Op de vleugels van Icarus. Hoe techniek en moraal met elkaar meebewegen,Peter-Paul Verbeek, Lemniscaat, 2014 
  • Telecare Technologies and the Transformation of Health Care,Nelly Oudshoorn, Palgrave Macmillan, 2011 
  • Care at a Distance. On the Closeness of Technology, Jeanette Pols, Amsterdam University Press, 2012

De Gids, juni 2014. Abonnees van De Groene en De Gids kunnen het gehele artikel online lezen en downloaden

SocialeVraagstukken

"Zorgen voor de buren doe je vanuit vriendschap, niet omdat een professional het zegt. Sterker nog, haar bemoeienis werkt averechts. In buurthuiskamer of sportschool heeft professionele inbreng meer kans van slagen, want daar ontstaan makkelijk vriendschappen tussen buurtbewoners.

In de huidige discussie over burgerschap en gezondheid worden hoge verwachtingen geuit over ‘burgerkracht’ in buurtverbanden. De metafoor ‘burgerkracht aanboren’ suggereert dat er grote bronnen van burgerkracht verscholen zijn in de maatschappij, die liggen te wachten om met de juiste technieken en methodieken te worden ontsloten.

Om zicht te krijgen op de bronnen van burgerkracht, deden we een klein etnografisch veldonderzoek in Maastrichtse achterstandsbuurten. En dan blijkt dat de metafoor van aanboren verkeerde verwachtingen wekt."

De Maastrichtse Burgertop over zorg en gezondheid begint steeds breder te leven. Afgelopen week is de website officieel gelanceerd.

M200Maastricht University, persbericht 28 mei 2014

1 November vindt in Maastricht de M200 burgertop over gezondheid en zorg plaats: een democratisch experiment om creatieve ideeën van burgers over gezondheid en zorg te mobiliseren voor beleid.

De burgertop draagt zo bij aan het verkleinen van de kloof tussen burgers en de politiek en het vergroten van het onderlinge vertrouwen. Fase 1 van dit project gaat vandaag van start na afloop van het Sphinxdebat in Centre Ceramique, met de lancering van de M200 website en de officiële opening van de ideeënbus door wethouder Gerats.

De M200 is een initiatief van de Universiteit Maastricht en wordt ondersteund door de gemeente Maastricht en GGD Zuid-Limburg. Het nodigt burgers uit om hun kennis en ideeën op het terrein van gezondheid en zorg met elkaar te delen. Burgers hebben namelijk vaak creatieve ideeën en het is dus juist belangrijk dat deze ideeën andere burgers, maar ook de politiek en gezondheidsorganisaties, bereiken. Het proces bestaat uit drie fasen.

Social sciences and medical innovations: a fruitful and critical companionship?

Medical innovation is hot. The expectations of genomics (and many other omics), ambient care, telemedicine, regenerative medicine, imaging technologies, neurosciences etc. are very high. According to Helga Nowotny, the former president of the European Research Council, the current obsessive interest with innovation articulates a subconscious idea that only ’the new’ is able to navigate us through an uncertain global world.

Tomsk

Vandaag bij de burgertop G1000 in Amersfoort gekeken. Inspirerend, zoveel creativiteit onder burgers! Het Youtube-filmpje start bij de samenvatting van de voorstellen.

Presentatie op 8 januari van ons onderzoek '4 jaar onderzoek naar de verwijsindex' in de Verkadefabriek in Den Bosch. Geslaagde bijeenkomst.

20140108Verwijsindex-JacqHuijsmans

De laatste tien jaar is implementeren een kernthema in de jeugdzorgketen.  Kennis, interventies, richtlijnen, protocollen, ICT: het moet allemaal ‘geïmplementeerd’, uitgerold in de organisatie, zodat professionals hun werkstijl veranderen: dat wil zeggen, verbeteren. Het idee is dat veel ‘ware kennis’ (‘evidence’) of ‘effectieve interventies’ niet gebruikt worden, ‘op de plank liggen’, dat de kwaliteit van het werk daar onder lijdt, dat kinderen daarvan de dupe worden, en dat die interventies daarom een handje geholpen moeten worden. 
[Column voor JGZ Captise, 2013 11 - auteurs: Klasien Horstman en Inge Lecluijze]  
Een bevreemdende observatie. In zijn werk Zorg en De Staat heeft De Swaan laten zien hoe in de 19e eeuw een start werd gemaakt met de collectivisering van de infectieziektebestrijding, als een uitdrukking van besef van toenemende interdependenties tussen mensen1. Met het groeiende sociale verkeer tussen arm en rijk konden de rijken zich niet meer veilig wanen in hun eigen wijken van de stad: iedereen kon getroffen worden door een epidemie, en door preventie – riolering, waterleiding, hygiëne en vaccinatie – zorgde men niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen.

De eerste tien jaar van mijn leven, we spreken over de jaren zestig, heb ik doorgebracht in een huis, waarvan het voorste gedeelte ingericht was als automatiek. Naast de drie automaten met kroketten, gehaktballen, bamiballen en nasischijven bevond zich een klein luikje. Als de bel ging, opende mijn vader het luikje om een bestelling voor patat, braadworst of ijs op te nemen. De menulijst liet zien hoe we ons verhielden tot de rest van de wereld. Bamiballen, nasiballen, braadworst: de horizon beperkte zich tot de voormalige koloniën en onze naaste oosterburen.
[Uit:  2013, Bestemming gewijzigd, Moderniteit en stedelijke transformaties, Huub Dijstelbloem, Rob Hagendijk, Hans Harbers en Pauline Terreehorst (red.)]

Dokters moeten anders nadenken over het begrip ‘kennis’ om de pathologische idealisering van ‘kennen’ ten opzichte van ‘handelen’ te doorbreken, en de relatie tussen wetenschap en praktijk gezonder te maken. Dat was de slotzin van het betoog van Klasien Horstman tijdens de tweede NTvG Dag in de Rode Hoed in Amsterdam. Haar NTvG Lezing met de titel ‘Wetenschap en praktijk: de pathologie van een relatie’ (pdf ) ging over utopische kennisidealen, de verwetenschappelijking van de geneeskunde en de ideologisering van evidencebased geneeskunde. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zocht haar een paar dagen na de lezing op in Maastricht.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:C1148   //  Lucas Mevius en Karen van Weelden
Gepubliceerd op: 28-11-2011 (in print verschenen in week 48 2011)

Terwijl de 20e eeuwse gezondheidszorg primair gericht was op genezing, zal in de 21e eeuw preventie veel belangrijker worden. Diverse auteurs hebben gewezen op de ontwikkeling van een cultuur van maakbaarheid en ‘pech moet weg’ die zich voltrekt in veel domeinen van de samenleving. Hoewel een illusie, is er een groot verlangen naar een risicoloze en absoluut veilige samenleving (1).

gepubliceerd ZN Dossiers 3 (juli 2011), Zorgverzekeraars Nelderland

Bewegen is in de mode. Dertig minuten bewegen per dag voor iedereen, beweegkriebels voor kinderen, de beweegkuur voor risicopatiënten, een beweegmaatje voor eenzame zielen, bewegen loont voor de verzekeraars, de beweegmeter voor het zelfmanagement, lunch-bewegen voor de werkplek, en gezellig bewegen voor de niet zo gemotiveerden. Het is als Haarlemmerolie: meer bewegen is goed voor de preventie van vrijwel alles, van diabetes tot hart- en vaatziekten, en van osteoporose tot depressie. 

Gepubliceerd in Huisarts en Wetenschap (2011), 54(2), 103-105
http://www.henw.org/archief/volledig/id4478-kanttekeningen-bij-de-moraal-van-meer-bewegen.html

De Volkskrant, 10/07/2010  |  De publieke gezondheidszorg is het domein van de professionals geworden. Zij pretenderen te weten wat goed en slecht is voor de mens....
 
De publieke gezondheidszorg luidt de noodklok. Hoewel ze op veel historische successen kan bogen – bestrijding van epidemieën, bescherming tegen gevaarlijke stoffen en hygiëne – en een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de toename van de levensverwachting, verkeert ze nu in crisis. De ambities van de publieke gezondheidzorg zijn verschoven van ziektepreventie naar gezondheidsbevordering. Maar hoewel burgers gezondheid erg belangrijk vinden, nemen ze de gezondheidsadviezen van de experts over een gezonde leefstijl maar matig ter harte.
[NRC Steven de Jong] De helft van de ziekten in Nederland is vermijdbaar. En daarom moeten de mensen die weigeren te stoppen met roken, drinken en op de bank hangen maar eens flink aangepakt worden.

Dat is de strekking van de oproep die de Nederlandse Public Health Federatie (NPHF) doet aan de politiek.

onderklassedom
nrc
 13-04-2010  Steeds maar weer diezelfde boodschap aan diezelfde hardhorenden: eet beter en beweeg meer. Maar waarom zijn die mensen zo doof, vragen Klasien Horstman en Rob Houtepen zich af.
 
Voorzitter Klazinga van de Nederlandse Public Health Federatie waarschuwt dat we afzakken „naar de Europese middenmoot” als het gaat om onze gezondheid. Onlangs trokken ook de Inspectie en het RIVM aan de bel om duidelijk te maken dat het huidige beleid veel te vrijblijvend is en dat het hoog tijd is om „harde maatregelen te nemen”.
 
Kennelijk is Nederland verwikkeld in een race met andere landen om de score op gezondheidsindicatoren te maximaliseren. Hoewel gemeentes en verzekeraars worden opgeroepen hun verantwoordelijkheid te nemen, wordt tegelijkertijd de leefstijl van individuen als aangrijpingspunt voor verandering voorgesteld en is dwang geen vies woord meer.
”Genetica is vooral een heel onzekere onderneming. In veel opzichten. We weten niet zo goed wat het ons brengt. We moeten nog uitvinden wat het betekent voor individuele mensen, om genetische testen te doen voor allerlei ziektes of risico’s, om te leven met dat soort uitslagen.

Ik denk dat mensen heel veel die onzekerheid wel aankunnen, ik ben daar helemaal niet pessimistisch over. Ik vind ook niet dat we ons heel bezorgd moeten maken over dat mensen vreselijk veel problemen zouden krijgen door al deze onzekerheid. Maar we moeten ook niet doen dat de genetische revolutie, de genetische technologie, onze gezondheidsproblemen op lossen, want dat is zeker niet het geval.” 

[Trouw, 04 09 2007] Een ongezonde leefstijl is vaak geen eigen keuze. Reken mensen er niet zo snel op af.

We weten steeds meer over genetica, en over genetische aanleg voor bepaalden ziekten. Terecht is er onlangs weer gewaarschuwd voor de schaduwzijde van die toenemende kennis. Een burgerpanel, onder leiding van Felix Rottenberg, wees in een rapport op het gevaar van maatschappelijke uitsluiting van mensen met een verhoogde kans op een erfelijke ziekte. Mensen met de ziekte van Huntingon, bijvoorbeeld, kunnen zich laten testen, maar daardoor ook in moeilijkheden komen bij het sluiten van een levensverzekering.

Met de auteurs van Worstelen met gezond leven hebben we vooral gesproken over de vraag: hoe moet het dan wel in de gezondheidsbevordering? Want als je op indringende wijze laat zien hoe het niet moet, hoe de bestaande praktijk vanuit het heersende paradigma niet werkt, dan krijg je al snel het verzoek en misschien ook het verwijt dat je met een alternatief moet komen. Dat alternatief hebben Klasien Horstman en Rob Houtepen ook, maar voordat we het daarover hebben, willen we weten hoe hun boek is ontvangen. 

[In: Een nuchtere kijk op gezond gedrag.Vier thema’s voor gezondheidsbevordering, Sjoerd Kooiker (SCP) & Koos van der Velden (RU Nijmegen), Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, maart 2007]

In 'Debat ter discussie, wie mag er meepraten over medische technologie' wordt - toegespitst op biomedische technologie - een kijkje gegeven gegeven in de keuken van van technologieontwikkeling, besluitvorming daarover en de rol daarin van zowel professionals als eindgebruikers.  Hieronder mijn reactie op het openingsartikel van Margo Trappenburg 'Een derde weg in de medische ethiek'. 
 
[in 2005 gepubliceerd in M. Trappenburg et al. Debat ter discussie. Wie mag meepraten over medische technologie? Den Haag: Rathenau Instituut. Werkdocument 96]
"Margo Trappenburg maakt zich zorgen over de manier waarop in Nederland wordt omgegaan met medisch-ethische kwesties.

Wat betekenen de stormachtige ontwikkelingen op biotechnologisch gebied voor vrouwen? Die vraag onderzochten de hoogleraren Marli Huijer en Klasien Horstman voor hun net verschenen boek Factor XX.Vrouwen, eicellen en genen. 'Vrouwen moeten ervoor waken hun lichaam vanwege economische belangen op te offeren. 'Prenatale test voor alle zwangeren', koppen meerdere kranten op de dag van het interview. Een belofte die pas waarheid zal worden als het ministerie van Volksgezondheid dit advies van de Gezondheidsraad opvolgt.

[Opzij, 2004 07 01, Anke Manschot]